Bokkenrijders uit Beek

Vreeke Pisters, slotenmaker uit Beek, galg 1773

Frederik Pisters genoemd ‘Vreeke’ wordt 5 maart 1733 gedoopt in Beek als zoon van Joannes en Maria Thijssen. Woont in Beek, is slotenmaker van beroep en bezit wat land.
Hij trouwt op 36-jarige leeftijd 18 mei 1769 in Beek de twaalf jaar jongere Joanna Vrusch, gedoopt 20 juli 1740 in Beek als dochter van Paul en Maria Ramakers. Zij is een zuster van Joannes Vrusch*, van Margaretha Vreusch getrouwd met Bastiaen Boosten* en van Christiaan Vrusch*. Zij is via haar moeder een nicht van Christiaan Rameckers*. Uit het huwelijk van Frederik en Joanna worden van 1769 tot 1772 drie kinderen geboren, de jongste twee maanden voor de dood van de vader.
Pieter Pieters* uit Geulle moet 9 en 11 juli de foltering ondergaan en noemt ook mannen uit Beek als leden van de bende. Op 16 juli 1773 worden vijf mannen uit Beek gearresteerd, waaronder Frederik en zijn zwager Joannes Vrusch, zij worden naar Valkenburg gebracht en opgesloten in het Landshuis. Frederik wordt op 12 okt. aan een scherper verhoor onderworpen en
nadat hem zo een bekentenis is afgeperst, is hij ter dood veroordeeld. Frederik sterft 40 jaar oud op 26 nov. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.

Joannes Vrusch, slotenmaker in Beek, galg 1773

Joannes Vrusch wordt 15 jan. 1730 gedoopt in Klimmen als zoon van Paulus en Maria Ramakers. Hij is een broer van Christiaan Vrusch*, van Margaretha Vrusch getrouwd met Bastiaan Boosten* en van Joanna Vrusch getrouwd met Vreeke Pisters*. Zijn moeder is een halfzuster van Christiaen Rameckers*. Hij woont in Beek en is slotenmaker van beroep, heeft weinig bezit.
Hij trouwt al op 20-jarige leeftijd op 12 okt. 1750 met de 16-jarige Maria Catharina Nijsten, gedoopt aldaar 24 nov. 1733 als dochter van Sebastiaan en Elisabeth Lemmens. Het eerste kind volgt na vijf maanden en tot 1772 worden er nog zeven kinderen geboren. De jongste is nog geen jaar oud bij de dood van de vader.
Joannes is al in juli 1773 beschuldigde eerst door Pieter Pieters* en later ook door Dirk Hersseler*. Onder meer zou hij meegedaan hebben aan een gewelddadige diefstal bij Campo in het Nieuw Huis achter Schimmert op het Spaans en een paar maanden later is aangetoond dat deze overval slechts een verhaal was dat de ronde deed, maar nooit gepleegd is. Maar Joannes is 16 juli aangehouden en opgesloten in Valkenburg. Hij is geconfronteerd met genoemde Pieter Pieters en nadat hij alles ontkend heeft verwezen naar de tortuur. Tijdens dit pijnlijk verhoor op 29 juli heeft hij wel bekend en dit de volgende dag bij de recollectie bevestigd, waarbij hij onder meer Matthijs Stijnen* heeft genoemd als medeplichtige. Maar op 1 sept. geconfronteerd tegen die Matthijs zegt hij hem alleen door de pijn beschuldigd te hebben. Na bij J.C.S. de Limpens ingewonnen juridisch advies is hij ter dood veroordeeld. Joannes Vrusch sterft 43 jaar oud op 23 sept. 1773 aan de galg op de Graetheide onder Beek.
Maria Catharina Nijsten overlijdt bijna veertig jaar na de executie van haar man op 5 juni 1812 in Beek.

Christiaen Vrusch, slotenmaker in Beek, gevlucht, verbannen 1775

Christiaan Vrusch wordt 2 febr. 1738 gedoopt in Klimmen als zoon van Paulus en Maria Ramakers. Een broer van Joannes Vrusch*, van Margaretha Vrusch getrouwd met Bastiaan Boosten* en van Joanna Vrusch getrouwd met Vreeke Pisters*. Zijn moeder is een halfzuster van Christiaen Rameckers*. Van beroep slotenmaker en wonend binnen het dorp Beek aan de Platz, heeft weinig bezit.
Hij trouwt 1 mei 1767 in Beek Maria Sibilla Haegmans, gedoopt aldaar op 10 febr. 1740 als dochter van Joannes en Anna Wouters. Uit dit huwelijk worden in 1768 en 1770 twee zoons geboren. Maria Sibilla Haegmams overlijdt vier maanden na de laatste bevalling op 14 sept. 1770 in Beek, pas dertig jaar oud.
Christiaan is beschuldigd tijdens de scherpe verhoren 28 aug. 1773 door Abraham Nathan*, 3 en 9 sept. door Anton Rasch*, 17 sept. van Mathijs Smeets* en daarna nog meer. Het is niet bekend op welk moment hij gevlucht is en na de executie van een broer, een zwager en een oom was het niet evident zichzelf bij het gerecht te melden. Hij is bij verstek eeuwig verbannen uit de Landen van de Generaliteit op 16 febr. 1775. Op enig moment is hij echter teruggekeerd in Beek. Christiaan overlijdt 65 jaar oud op 27 okt. 1803 in Beek.

Bastiaen Boosten, smid in Catsop, gevlucht, verbannen 1774/5

Bastiaen Boosten is afkomstig uit Beek waar hij aan het Wolfeynde woonde, na 1769 in Catsop bij Elsloo, van beroep smid. Van afkomst en bezit is niets bekend.
Hij trouwt 15 okt. 1758 in Beek met Margaretha Vrusch (Freusch), gedoopt 24 feb. 1735 in Klimmen als dochter van Paul en Maria Ramakers. Zij is een zuster van Joannes Vrusch*, van Christiaen Vrusch* en van Joanna Vrusch getrouwd met Vreeke Pisters* en haar moeder is een halfzuster van Christiaen Rameckers*. Uit het huwelijk van Bastiaen en Margreet worden tussen 1759 en 1769 zeven kinderen geboren.
Bastiaan wordt beticht door gevangenen uit Beek in de zomer van het jaar 1773 en door Marten Mulckens* tijdens diens scherp verhoor 15 okt. 1773, maar als de autoriteiten hem willen arresteren blijkt hij voortvluchtig.
Hij heeft de twijfelachtige eer de enige Bokkenrijder te zijn die door twee rechtbanken is veroordeeld. Want op 14 nov. 1774 is hij bij verstek verbannen uit de Heerlijkheid Elsloo. Het gerecht van Valkenburg veroordeelt hem eveneens bij verstek op 3 febr. 1775 en verbant hem uit de Landen van Overmaas en de landen van de Generaliteit. Beide rechtbanken willen confiscatie van goederen. Hij komt ook voor in de boekhouding, -betreffende de liquidatie van het bezit van de veroordeelden, van de Rentmeester van de Staten-Generaal in de Landen van Overmaas: de opbrengst van zijn goederen is nihil.
Van Bastiaan zelf is niet meer vernomen, Margreet Vrusch overlijdt op 3 apr. 1813 in Beek, veertig jaar na het proces tegen haar man

De Knokeman, siroopdraaier uit Klimmen, galg 1775

Christiaan Ramakers genoemd ‘de Knook’ of ‘de Knokeman’ wordt 24 jan. 1711 gedoopt in Klimmen als zoon van Lambert en Agnes Broun. Zijn halfzuster Maria Ramakers is de moeder van Joannes Vrusch*, van Margaretha Vrusch getrouwd met Bastiaan Boosten*, van Christiaan Vrusch* en van Joanna Vrusch getrouwd met Frederik Pisters*. Hij woont in het dorp Klimmen en zegt van beroep siroopdraaier te zijn. Hij en zijn vrouw bezitten een deel van een boerderij, waar ze in wonen en ook wat stukken land, dat echter deels met hypotheek belast is.
Christiaan trouwt 28 nov. 1738 in Klimmen Agatha Drummen, gedoopt 8 april 1715 in Schimmert als dochter van Petrus en Gisela Borvelts. Uit dit huwelijk worden van 1739 tot 1761 tien kinderen geboren.
Na arrestatie op 5 jan. 1775, opsluiting in Valkenburg en verhoren waarbij hij ontkent is hij 17 jan. veroordeeld “om naer voorgaande territie per omnes gradus torturae tot bekentenisse te brengen.” Dit pijnlijke verhoor vindt plaats op 17 en 18 jan. en daarna op 11 febr. nog eens. Hij bekent daarbij een zestal overvallen, en kennelijk niet alle misdrijven waarvan hij door andere gevangenen beticht is, maar het gerecht acht zijn schuld bewezen en velt een doodvonnis. Christiaan sterft 64 jaar oud op 14 maart 1775 aan de galg op de Lommelenberg bij Valkenburg.
Wanneer Agatha op 3 apr. gedagvaard wordt om hun bezittingen aan te geven, is zij niet in staat daar te verschijnen en laat het over aan haar zoon Harmanus. Zij is 31 maart 1783 begraven in Klimmen.

Het Leemkuiken, oud-soldaat uit Geulle, galg 1773

Pieter Pieters genoemd ‘het Leemkuyken’ wordt 26 maart 1730 gedoopt in Geulle als zoon van Pieter en Catharina Rutten. Onduidelijk is waar de bijnaam vandaan komt. In zijn jonge jaren is hij soldaat geweest en heeft waarschijnlijk in de Zevenjarige Oorlog gevochten. Hij bewoont een huis en hof op de Hussenberg onder Geulle.
Hij trouwt 31 jaar oud op 31 aug. 1761 in Geulle Elisabeth Poggeners (Pochenerin) een Hoog-Duitse. Als de bewoners van Geulle en omstreken in die tijd spraken van Hoog-Duits, betekende het dat zij iemand niet of nauwelijks verstonden. Uit dit huwelijk  worden zes kinderen geboren tussen 1762 en 1771. Het verhaal doet de ronde dat zes zonen van het echtpaar allen soldaat zijn geworden.
Pieter, Servaas Luijten* en Pieter Keizer* zijn de eersten in Geulle die in verband met de bende genoemd worden, namelijk door Dirk Hersseler* uit Beek in diens pijnlijk verhoor op 11 juni 1773. Gearresteerd 20 juni, overgebracht naar Maastricht en daar ingesloten in het Oude Stadhuis, waar het proces is gevoerd. Omdat hij ontkent is er 26 juni een confrontatie met Dirk Hersseler aangevraagd door de officier, maar daar zijn verder geen stukken meer van. Op 8 juli veroordeeld tot scherp examen. Twee dagen achtereen 9 en 10 juli is hij verhoord onder foltering en bekend uitvoerig en beschuldigd anderen uit Geulle en Beek. En 27 juli laat men de drie ‘oude gevangen’ uit Geulle in een confrontatie twee ‘nieuwen’, Arnold Rachels* en Martin van Aubel* beschuldigen. Op 4 okt. is Pieter ter dood veroordeeld en het vonnis staat onder meer dat hij bekend heeft meegedaan te hebben aan de overval bij Campo in het Nieuwe Huis. Een paar maanden later is aangetoond dat die overval helemaal nooit heeft plaatsgevonden
Pieter sterft 43 jaar oud op 8 okt. 1773 aan de galg in Geulle bij de Hussenberg ‘op de limite deser Heerlijkheid nae de sijde van Elsloo’.
Elisabeth Pochenerin wordt 4 dec. 1792 in Geulle begraven.

Opmerking: Het ‘nepnieuws’ over de diefstal bij Campo in het Nieuw Huis wordt tijden de foltering va Pieter voor de allereerste keer op papier gezet. Daarna blijft het voortwoekeren, mensen bekennen eraan meegedaan te hebben, vertellen hoe het eraan toeging en beschuldigen anderen van de partij geweest te zijn. Het speelt een rol in vele doodvonnissen en zelfs nog in 1776 in verbanningsvonnissen.

Servaes Luyten uit Geulle, gefolterd, galg 1773

Servaas Luyten wordt 21 dec. 1717 gedoopt in Geulle als zoon van Hendrik Luthen en Mechtildis Coenen, een broer van Maria Luyten getrouwd met Leendert Heuts*. Hij woonde in een huis en hof genaamd ‘de Kruijsboom’ op de Hussenberg. Zijn goed bracht later 515 gulden op, maar was wel bezwaard met leningen ter hoogte van 390 gulden.
Hij trouwt Cornelia Jansen uit Trigtwilder (Wilre bij Maastricht, nu Wolder?) en uit dit huwelijk worden tussen 1744 en 1763 acht kinderen geboren.
Servaas is met Pieter Keizer* en Pieter Pieters* de eersten in Geulle die in verband met de bende genoemd worden, namelijk door Dirk Hersseler* uit Beek in diens pijnlijk verhoor op 11  juni 1773. Tenminste als hij bedoeld is met ‘Item eenen klompenmaeker woonende aen de Cruijsberg onder Geul, wonende in het eerste huijs ter Linkersijde als men van Elsloo komt’.
Servaas is gearresteerd 15  juni en omdat hij ontkent is er 26 juni een confrontatie met Dirk Hersseler aangevraagd, waarvan verder geen stukken zijn. Op 13 juli veroordeeld tot scherp examen en kennelijk bekent hij onder tortuur, noemt ook andere inwoners van Geulle als medeplichtigen. En 27 juli laat men de drie ‘oude gevangen uit Geulle in een confrontatie twee ‘nieuwen’, Arnold Rachels* en Martin van Aubel* beschuldigen. Servaas is op 4  okt. ter dood veroordeeld op grond van zijn bekentenissen. In het vonnis staat onder meer dat hij bekend heeft meegedaan te hebben aan de overval bij Campo in het Nieuwe Huis. Een paar maanden later is aangetoond dat die overval helemaal nooit heeft plaatsgevonden
Op 8 okt. 1773 sterft Servaas 55 jaar oud aan de galg bij de Hussenberg onder Geulle, ‘op de limieten deser Heerlykheyt, op de Berg nae de kant van Elsloo’.
Cornelia Jansen overlijdt 12 okt. 1782 in Geulle.

Dirk Hersseler, vilder in Neerbeek, gefolterd, executie 1773

Dirk (Theodorus) Hersseler is volgens eigen zeggen rond 1732 geboren in Kerpen in het graafschap Arenberg (in de Eifel), een broer van Nicolaas Hersseler* en een oom van Philip Hersseler*. Hij woont na zijn trouwen enige tijd in Schümm bij Gangelt, in de periode rond 1760 in Kleine Meers, Elsloo en vanaf ongeveer 1764 in Neerbeek onder Beek. Hij komt uit een familie van vilders en is zelf (dus) ook vilder.
Hij trouwt 26 nov. 1754 in Gangelt Catharina Schuts. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren tussen1756 en 1773, waarvan de laatste twee weken na zijn arrestatie.
In Heerlen woont zijn broer Nicolaas die begin mei 1773 wordt gearresteerd, en daar noemen andere gevangenen, zoals Matthijs van de Berg* Dirk als medeplichtige. Als 27 mei een verzoek tot arrestatie uitgaat is hij ondergedoken in de baronie Elsloo, maar daar wordt hij 3 juni gearresteerd en uitgeleverd aan het gerecht van Valkenburg. Eerste ondervraging 5 juni en vervolgens confrontatie met degenen die hem beschuldigen. Op 11 en 12 juni is hij scherp verhoord, althans er wordt volgens het verslag alleen met foltering gedreigd, en dan gaat Dirk uitvoerig bekennen en vele personen noemen. Vooral mensen uit Heerlen maar ook uit andere plaatsen, Beek, Kleine Meers, Retersbeek en Geulle en die laatste groep is nogal vaag beschreven. Bij de recollectie op 14 juni bevestigd hij dit alles en vraagt zelf om nog verder ondervraagd te worden op 1 juli. Maar toch krijgt het gerecht door verklaringen van andere gevangenen het vermoeden dat hij zaken verzwijgt en veroordeeld hem tot nader scherp examen. Dat vindt plaats op 26 en 27 juli en dan ontkent Dirk eerst nog aan andere zaken schuldig te zijn, waarna eerst de duimschroeven en dan de beide scheenschroeven worden opgezet. Dan bezwijkt hij, bekent overvallen en verkrachtingen, en beschuldigd ook vele personen uit Beek en ook enkele uit Geulle en Elsloo medeplichtig te zijn. In totaal noemt hij wel honderd bendeleden, die hij soms heel summier omschrijft, zoals “Joannes met de buld op de neus”.
In deze stortvloed van bekentenissen verklaart hij “pligtigh te sijn aen den dieffstal geperpetreerd bij Campo achter Schimmert in het Nieuw Huys.” Hij geeft een gedetailleerd verslag van deze actie en noemt veertien medeplichtigen. Als in dec. 1773 de schepenbank van Nuth, want daaronder valt dat Nieuwe Huys, op onderzoek gaat naar de feiten over deze overval, blijkt deze nooit gebeurd te zijn. Campo en zij Nieuw Huys zijn nooit overvallen, dat is een verhaal dat de ronde deed en kennelijk zonder enige controle door ten miste drie gerechten, Valkenburg, Geulle en Elsloo tot in doodvonnissen toe is vermeld.
Alle beschuldigingen en bekentenisen worden Dirk zodanig sterk aangerekend dat de rechtbank oordeelt dat niet volstaan kan worden met en ‘gewoon’ doodvonnis. Nee, hij moet geradbraakt worden, waarna de twee vingers van de rechterhand die hij opgestoken heeft om de eed aan de duivel te zweren afgehakt en tenslotte moet hij onthoofd, zodat zijn hoofd op een piek te pronk gesteld kan worden.
Dirk wordt 23 sept. 1773 terechtgesteld op de Graetheide onder Beek.
Catharina Schuts overlijdt 1 jan. 1785 in Beek.
Namen der Geexecuteerdens.Decreet van Apprehensie,Dag van Executie.Sententie.
Dirk Hersselen, Neerbeek (Geleen en Beek).3 Junij 1773.23 7bris 1773.Geradbr.
Anthoon Rasch, Oensel (Beek en Schimmert).10 Aug. 1773.23 7bris 1773.Gehangen.
Joès Vrusch, Beek.16 Julij 1773.23 7bris 1773.Gehangen
Wil. Glasemakers, Beek.7 Aug. 1773.23 7bris 1773.Gehangen.
Marten Le Gros, Beek.7 Aug. 1773.23 7bris 1773.Gehangen.
Geraard Steyner Beek.7 Aug. 1773.23 7bris 1773.Gehangen.
Abraham Nathan, Beek.16 Julij 1773.23 7bris 1773.Gehangen.
Andreas Steynen, Beek.7 Aug. 1773.26 9bris 1773.Gehangen.
Frederik Pisters, Beek.16 7bris 1773.26 9bris 1773.Gehangen.
Daem Goossens, Beek.16 7bris 1773.26 9bris 1773.Gehangen.
Erke Erkens. Id.24 9bris 1773.8 Febr. 1774.Gehangen.
John Steynen, Id.24 9bris 1773.26 Mei 1774.Gehangen.
Pieter Craenen, Id.16 9bris 1773.26 Mei 1774.Gehangen.
Joès Thijssen, Bekergenhout (Beek).16 7bris 1773.26 Mei 1774.Gehangen.
Johs Smeets, Neerbeek (Beek en Geleen).10 Mei 1774.26 Mei 1774.Gehangen
Johs Penders, Beek.27 Jan. 1774.26 Mei 1774.Gehangen.

A. gebannen op 16 februarij 1775.

Anthoon Bosch, van Beek; 2. Willem Willems, van Aretsengenhout (Hulsberg); 3. Willem Habets, Id.; 4. Hendrik Laenen, van Beek; 5. Joès Pyls, van Beek; 6. Walter Penders, van Beek; 7. Bastiaen Boosten, van Beek; 8. Nicolaes Sassen, van Beek; 9. Pieter Lemmens, van Beek; 10. Erke ofte Arnold Erkens, van Neerbeek (Beek en Geleen); 11. Leentje Claessens, van Geverik (Beek); 12. Leonard Vreen, van Beek; 13. Pieter Kerkhoffs, van Beek; 14. Frederik Romans, van Beek; 15. Christ. Vrusch, van Beek